Ga direct naar: Inhoudsopgave | Zoeken | Site-navigatie
U bent hier:
Bij geboorte en sterven stuiten we op het raadsel van het leven. Zelden zijn we dichter bij dit mysterie als we van nabij meemaken dat iemand zijn laatste levensadem uitblaast. Wat verandert er, van het ene op het andere ogenblik? Het lichaam ligt er nog, maar het leven is eruit verdwenen. Waar naartoe weten we niet, en die vraag houdt apostolischen ook niet echt bezig.
Wel moeten we afscheid nemen van een dierbare, tijdens de begrafenis of crematie, maar ook als geloofsgemeenschap. Dat gebeurt tijdens een eredienst in de gemeenschap waar hij of zij stond ingeschreven. We duiden dit ritueel aan met “sluiten van het levensboek”. Het leven van de overledene wordt hier vergeleken met een boek, waaraan elke dag als het ware een bladzij is toegevoegd. Familie, vrienden en buren zijn hierbij welkom en zijn in de praktijk vaak aanwezig bij deze eredienst.
Op een gepast moment in de dienst spreekt de voorganger een overdenking uit over de overledene. Wat kwam er zoal op zijn of haar levenspad? Wat heeft hij of zij betekend voor anderen, voor de samenleving en voor de gemeenschap? De voorganger verwoordt andersom ook de gevoelens van de gemeenschap: waaraan denken we als we de overledene voor de geest halen? Hoe geven we ons eigen verdriet een plaats? Hierna noemt voorganger de volledige naam van de overledene, met de plaatsen en data van geboorte en overlijden, en spreekt uit dat we op dit gewijde moment diens levensboek voor altijd sluiten. Daarna volgt een kort moment van stilte, waarin ieder voor zichzelf afscheid kan nemen van de overledene.
Op de laatste eredienst van het jaar worden de namen van alle overledenen nog eenmaal genoemd, om zo te memoreren van wie we in het achterliggende jaar afscheid hebben moeten nemen.