Ga direct naar: Inhoudsopgave | Zoeken | Site-navigatie
Waarde lezer,
Boeiend kan het zijn te luisteren naar ouderen, als ze vertellen over hun kinderjaren. Over hoe zij woonden, over het gezin waarin zij opgroeiden, over de school, over de materiële en sociale omstandigheden. Wat opvalt, is de heldere rol van man en vrouw in het gezin en in de maatschappij, de duidelijke vorm en inhoud van het onderwijs en de niet minder duidelijke plaats van arbeiders, bazen en bestuurders.In nog maar enkele generaties is het beeld van de maatschappij en van ons samenleven indrukwekkend anders geworden: een ongekende veelheid aan mogelijkheden op het gebied van communicatie, onderwijs, sociale netwerken, consumptie, wonen, werken, ontspanning en cultuur. Creativiteit, schepping als nooit tevoren. Maatschappelijke veelheid en complexiteit hebben invloed op de persoonlijke ontwikkeling. Het is lastiger je plek in de maatschappij te vinden. Nooit vroeg genoeg is er al aandacht nodig voor het leren van het kind. Toetsen, prikkelen van prestaties en elk vermoed talent ontwikkelen. Met alle druk op de pure, onbevangen kleuter- en kinderjaren. Ook voor tieners en adolescenten is het lastig en spannend om hun weg te vinden in een complexe samenleving. Een lange weg naar balans en stabiliteit, ook voor de twintigers en dertigers. Indringend zijn de vragen voor henzelf en voor ouderen. Welke vaardigheden zijn nodig om die weg goed te gaan? Wat is nodig om met en van elkaar te leren? Wie wil je zijn en hoe word je wie je bent?
Spannend, ook vanwege spanning die kenmerkend voor onze samenleving is. Zo is er spanning tussen hoge idealen van solidariteit en naastenliefde enerzijds en het assertief opkomen voor het eigenbelang anderzijds. Voor je ‘zelf’ opkomen, en hoe anders is dit ‘zelf’ in veel verschillende situaties.Spanning tussen alles wat te koop en begeerlijk is en de onmogelijkheid alle behoeften te vervullen. Een voortdurende spanning tussen wensen en werkelijkheid op allerlei gebied.
Het kan haast niet anders dat mensen in zo’n samenleving behoefte hebben aan ontspanning, trachten momenten van rust te vinden, ernaar verlangen vandaag gelukkig te zijn. Even ‘weg van de snelweg’ en hoe dan, en wat dan? En daarna weer in hetzelfde patroon verder? Of echt recreëren? Her-scheppen, (her)ontdekken van de waarde van het pure, van het enkelvoudige? Hoe bereik je dat gebied?
In m’n studietijd werd ik al getroffen door de wijze waarop hooggeleerde wetenschappers de essentie toonden van soms heel ingewikkelde verschijnselen. Met een ‘stilmakende eenvoud’ kwamen ze tot de kern van vraagstukken. Niet minder indrukwekkend waren voor mij apostolische broeders, zusters en jonge mensen, die, in soms uiterst moeilijke omstandigheden, liefdevol betrokken bleven bij de mensen om hen heen. En niet alleen in je jeugd, in elke latere levensfase kan zo’n levenshouding je telkens weer ontroeren en inspireren.
Op het moment dat het je overkomt en in het nazien. Eenvoud die je treft en je vormt. Een eenvoud van dezelfde kleur die bijna wekelijks al een leven lang in de eredienst tot me komt in gesproken en gezongen woorden, en zeker in woorden op papier, en niet minder in mensen die daarvoor met hun levenshouding pal staan.Die eenvoud kan de basis in jezelf worden van waaruit je omgaat met de dagelijkse meervoudigheid. Anders gezegd: dat je dezelfde zult kunnen zijn in tal van verschillende omstandigheden, in tal van verschillende ontmoetingen. Een eenvoud die losstaat van scholing of positie, doch die blijkt uit het zuiver aanvoelen van het leven en leven in het nu. Wat een gave is het om dit nu, vandaag, te kunnen beleven, te midden van mensen, die, hoewel zij de meervoudigheid van het bestaan zeker ook ervaren, onbekommerd willen liefhebben. Door wie je niet gewogen wordt naar succes of falen in studie of werk, bij wie je altijd welkom en van waarde bent. Omdat je kunt liefhebben.
Hoe verschillend mensen en omstandigheden ook zijn, toch is in ieder mens de ziel het gebied waar het diepste gevoel van één zijn, van eenvoud mogelijk is. Waar liefde, ontvankelijkheid en dankbaarheid kunnen ontstaan. Hoewel het bereiken van dit gebied onbetaalbaar is, vraagt het nogal wat om daar te komen. Het verhaal van de rijke jongeling maakt dat wel duidelijk.* De vraag is dus niet slechts wat je verlangt, doch vooral wat je ervoor over hebt om zelf dat gebied te bereiken en anderen daarin mee te nemen.
Laat me één zijn met het leven,wat het mij ook neemt of geeft,één zijn met het godd’lijk streven,één, opdat het in me leeft.
(…)
Laat me één zijn: dat gevoelenbrengt ons biddend bij elkaar,is het meest gelukkig doel enmaakt in ons de liefde waar.**
Met hartelijke groet,
J. van der Linden
* Matteüs 19:14-30.
** Zangkoorlied 55: Harmonie.
Na drie weken liefdevol en onbaatzuchtig werken voor gehandicapte kinderen in Tunesië komt ons elftal jonge mensen zaterdag 24 juli weer thuis.Alle waardering voor dit prachtige team en de begeleiding!
Het jaarthema voor de geestelijke verzorging van de leden van Het Apostolisch Genootschap is voor het jaar 2010 ‘Zie mij graag en zeg het me’. Vrijwel wekelijks schrijft de voorzitter van het bestuur van het genootschap, apostel D. Riemers, aan de hand van dit leidmotief in samenwerking met enkele medewerkers een ‘Weekbrief’. Hierbij wordt hij gevoed vanuit persoonlijke ervaringen in zijn eindverantwoordelijkheid als geestelijk verzorger van het genootschap en vanuit de actualiteit van wat zich in de wereld afspeelt. Deze brief dient als leidraad voor de verzorging van de erediensten door voorgangers in alle gemeenschappen op zondagmorgen.
Vanuit de behoefte naar meer openheid van het genootschap en om de bekendheid met zijn gedachtegoed in de samenleving te vergroten, is de inhoud van deze Weekbrieven nu in enigszins bewerkte vorm ook voor geïnteresseerde niet-leden toegankelijk. De Weekbrief verschijnt wekelijks op de site van het genootschap. Weekbrief 26 voor 25 juli 2010 heeft als thema ‘Eenvoud’ en is geschreven door J. van der Linden, districtsverzorger.
Het copyright © van de tekst van deze Weekbrief, evenals eventuele afbeeldingen en illustraties berust bij: Het Apostolisch Genootschap, ’t Hoogt 4-6, 3743 AT Baarn, tenzij uit de bronvermelding blijkt dat teksten zijn overgenomen van andere bronnen.
Gehele of gedeeltelijke overname is toegestaan op voorwaarde van hierna genoemde bronvermelding: Weekbrief nummer en datum, D. Riemers, © Het Apostolisch Genootschap.