Vanwege de maatregelen tegen verspreiding van het coronavirus zijn er tot 1 juli geen erediensten en andere bijeenkomsten. Voor meer informatie zie apgen.nl/coronavirus.

Verbonden zijn met iedereen

Wekelijkse inspiratie door Bert Wiegman - 17 mei 2020

‘Niemand weet natuurlijk waar ik woon!’ riep de egel en hij sloeg zichzelf voor zijn voorhoofd. ‘Vandaar dat ik nooit post krijg!’ In een hoek van zijn kamer dacht hij na over zijn eenzaamheid. Niet dat hij iemand wilde zien, maar hij wilde wel graag eens iets van iemand horen. Plotseling wist hij wat hem te doen stond. Hij liep naar de berk. Daar kraste hij in de bast, met een van zijn scherpste stekels: BRIEVEN VOOR MIJ GAARNE HIER BEZORGEN. EGEL. Een klein pijltje wees de plaats aan waar hij zijn post verwachtte: in het mos onder de berk. Tevreden liep hij weer naar huis. Maar plotseling bedacht hij dat sommige briefschrijvers zichzelf graag uitnodigen zonder op een antwoord te wachten, of zelfs ongevraagd langskomen. En dat is mij te veel, dacht de egel. Ook al wist hij niet wat precies genoeg voor hem was. Hij liep terug en voegde een voetnoot toe: ALLEEN BRIEVEN, NIET ZELF KOMEN. Toen wreef hij zich tevreden in zijn handen en besloot om de volgende ochtend vroeg te gaan kijken of er al post was. Die middag kwam de eekhoorn toevallig langs de berk en las de mededeling van de egel. Ach, dacht hij, wat zou ik de egel graag eens opzoeken. Waar zouden we het allemaal niet over kunnen hebben ... Maar toen hij de voetnoot had gelezen, wist hij dat daar niets van kon komen. Hij pakte een los stuk berkenbast, dacht lang na en schreef toen: BESTE EGEL, HOI! EEKHOORN. Meer wist hij niet te bedenken, en hij vond het eigenlijk een brief van niets. Maar omdat hij hem toch beter vond dan geen brief, legde hij hem in het mos onder de berk. De volgende ochtend vond de egel hem daar. Er sprongen tranen in zijn ogen toen hij hem las. Beste egel, las hij telkens weer, beste egel, beste egel. Ik ben een beste egel, dacht hij. En om- dat niet te vergeten prikte hij de brief aan de onderste stekel van zijn voorhoofd, zodat hij vlak voor zijn ogen hing en hij dus altijd kon lezen, als hij daar zijn twijfels over had, dat hij een beste egel was. Wat is het heerlijk om post te krijgen, dacht hij die avond in zijn bed in zijn kamer. (1)

Superdiversiteit

Hoe divers kunnen schepsels zijn: de laag op de grond kruipende stekelbal en de hoog in de boom springende pluimstaart! Ze zijn verschillend, in het op zichzelf zijn en in het omgaan met elkaar.

Waar de 1,5 meter-samenleving eerder geduid moet worden als een tijdelijk abnormaal (totdat het vaccin hopelijk voorhanden is), is de multiculturele diversiteit van de bevolking in westerse landen echt een nieuw normaal aan het worden. In steden als Amsterdam en Rotterdam heeft meer dan de helft van de inwoners een ‘ander-landse’ afkomst. Onder de jongeren is dat zelfs rond de 70%. Men spreekt van ‘superdiversiteit’ (2) en in grote steden is dit al realiteit. Diversiteit vraagt om verantwoordelijkheid nemen, voor jou en mij, voor jong en oud, voor vroeger en vandaag. Het vraagt om ruimte, kansen en veranderingsbereidheid. In hoeverre kijken we echt naar elkaar om, zijn we één samenleving, zien we de gemeenschappelijke belangen, zien we de mens in elkaar? (3)

In de kern gelijk

Niemand maakt precies hetzelfde mee als wat ik meemaak. Dat kan een gevoel van eenzaamheid geven. Misschien moeten we eerst de moed hebben om die eenzaamheid te accepteren. Daaruit kan een verlangen ontstaan om je bij een ander aan te sluiten, een gevoel van veiligheid te willen ontvangen en te willen bieden. Het klinkt misschien vreemd, maar een zekere eenzaamheid heb je nodig om de diversiteit te omarmen, om te erkennen dat die ander anders is dan jij en in de kern toch weer gelijk. Als het ons lukt onze samenleving niet onder te verdelen naar afkomst, geaardheid of religieuze beleving, en groepen niet over één kam te scheren, bieden diversiteit en zelfs eenzaamheid nieuwe kansen en inspiratie om iets te doen aan maatschappelijke thema’s die we als Apostolisch Genootschap extra aandacht geven: vrede en verbinden, eenzaamheid, levensbalans, kwetsbare groepen en zorgvuldig omgaan met de aarde.

Verbonden zijn

We zijn mens en medemens tegelijk. In de huidige tijd is samenleven zo divers en complex dat we ons duurzaam moeten richten op vrede en verbinden. Maar wat verbindt ons? Ons leven is vervlochten met dat van anderen, met een ideaal dat eigenbelang overstijgt. Daar ligt de grootste uitdaging: deel zijn van een groter geheel, verbonden zijn met elk individu. Kunnen we dan ook accepteren dat dingen naast elkaar bestaan? Dat het een het ander niet uitsluit? In elke gemeenschap bestaan verschillen. Deze vragen van ons allen om ruimte te scheppen voor diversiteit en een verbindende schakel te willen zijn. Eén beschreven stukje berkenbast, één klein gebaar helpt jou en de ander vooruit.


 

Bert Wiegman


Bert Wiegman

Bestuursvoorzitter Apostolisch Genootschap

 
 
 
 
 

(1) vrij naar: Misschien wisten zij alles, Toon Tellegen, p. 228-9
(2) vrij naar: Nieuw WIJ, het begrip ‘superdiversiteit’, Zoë Papaikonomou
(3) vrij naar: EenVandaag 4 mei 2020, interview Massih Hutak