Vertel me jouw levensverhaal


Wekelijkse inspiratie door Eric-Jan Willekers - 19 juli 2020

Als iemand zijn of haar levensverhaal vertelt, kan ik daar geboeid naar luisteren. En kijken! Wat gebeurt er veel in één leven: blije, fijne, ontroerende en komische momenten, gebeurtenissen om dankbaar voor te zijn, maar ook zeer ongewenste, verdrietige of ingrijpende zaken.

Vaak is het leven een mengeling van dit alles. Er zijn bezigheden geweest en er zijn dingen geworden of tot stand gebracht. In vele, unieke vormen. Als je oplet, vang je een glimp op van wie hij of zij was of wilde zijn. De diepere laag van het leven van een mens licht als het ware op.

Lijn en samenhang
Sommigen schrijven hun levensverhaal op in de vorm van een autobiografie, memoires of door middel van dagelijks in schriftjes geschreven aantekeningen. Waarom doen mensen dat? Misschien wel om het leven achteraf te kunnen overzien, er lijn en samenhang in te ontdekken en er een bevestiging van jezelf, dat unieke zelf, in te zien. Om het leven rond te maken, vanuit een opdracht die men voelde over het eigen leven heen te kijken. Een opdracht waarop het zicht zich van tijd tot tijd wijzigde en die het leven uiteindelijk afgerond kan maken, los van de lengte ervan. En wellicht om in het leven opgedane inzichten weer aan volgende generaties door te willen geven, in het geloof dat zij in staat zullen zijn een nieuwe stap te zetten.

Inzicht over een groter zien
Soms kun je je niet meer voorstellen dat je op enig moment op een bepaalde wijze gedacht hebt. Gelukkig zijn we lerende wezens. Veelal noopte een pijnlijke, schrijnende werkelijkheid ons ertoe te gaan twijfelen en te zoeken naar nieuw inzicht. Inzicht dat gaat over een groter zien. Zo kan een nieuwe, verruimende stap in het leven worden gezet.

Nelson Mandela schreef op de laatste bladzijden van zijn autobiografie over zo’n inzicht: ‘Tijdens die lange, eenzame jaren veranderde de honger naar vrijheid voor mijn eigen volk in een honger naar vrijheid voor alle mensen, wit en zwart ... Als ik iemand van zijn vrijheid beroof, ben ik net zomin vrij als degene die mij van mijn vrijheid berooft ... Vrij zijn is leven op een wijze die de vrijheid van anderen respecteert en vergroot’.1) Ik vind dat een inspirerende visie op werkelijk vrij-zijn.

Een uitspraak van de filosoof Søren Kierkegaard is: ‘Het leven moet voorwaarts worden geleefd, maar kan pas achteraf worden begrepen’.2) Hoe het leven loopt en wat we daarin meemaken, hebben we maar zeer beperkt in de hand. Ik geloof wel dat er verruimende inzichten in ons leven kunnen doorbreken. Het zijn momenten waarop het gebeurt. Dat gaat altijd gepaard met emotie. We zien het vóór ons, het raakt ons, ontroert ons of grijpt ons aan en schudt ons wakker. We kunnen dan niet meer om zo’n inzicht heen. Hoe dat werkt, is eigenlijk niet te zeggen. Het behoort tot het wonder van het leven.

Verbinden aan het grote verhaal
In de joodse traditie wordt een vorm van samen leren wel ‘lernen’ genoemd. Het gaat om het opdoen van nieuwe inzichten over onszelf, over mens-zijn en over de wijze waarop we ons levensverhaal kunnen verbinden aan dat grote verhaal van ontwikkeling van mens-zijn. Een groot verhaal dat in vele tradities bestaat uit evenzovele kleine verhalen van mensen vanuit het verleden. Ze geven houvast en richting. Tegelijkertijd gaan we in ons leven in zekere zin tastend onze weg. We maken de stappen die ons op dit moment - naar ons huidige inzicht - juist, goed of het meest passend lijken. Met gevoel voor wat de traditie leert, voor het leven, voor waarheid, voor de toekomst.

Ik geloof dat alle verworven inzichten over mens-zijn in een grotere context ertoe doen, ook de ogenschijnlijk kleine stappen daarin. Er schuilt kracht in die in het leven doorwerkt. Je kunt het zien als Gods werk. Het is groter dan wij, maar het kan niet zonder u en mij. Het is het grote verhaal van de liefde.


 

Bert Wiegman


Eric-Jan Willekers

Districtsvoorganger Apostolisch Genootschap

 
 
 
 
 
 

1) De autobiografie van Nelson Mandela: De lange weg naar vrijheid, vierde druk 2001, pag. 562-563
2) S. Kierkegaard, Journalen 167