Liefde haten grenst aan het absurde

Geplaatst op 14 febuari 2020

Met dank aan alle reclame zal het weinigen zijn ontgaan: het is vandaag weer Valentijnsdag. Al zeker sinds het jaar 1400 worden handgemaakte kaarten naar geliefden geschreven en staat de dag in het teken van de romantische liefde. In Nederland steeg Valentijnsdag vooral gedurende de jaren 90 in populariteit, niet in de laatste plaats wegens commerciële belangen van winkeliers, wiens kant-en-klare liefdesproducten vaker werden aangeschaft. Inmiddels is het een van de vele koopfestijnen van het jaar.

Dat is jammer, want met een andere insteek zou Valentijnsdag kunnen aanzetten tot bezinning op allerlei vormen van liefde. Niet alleen de romantische liefde lijdt onder commerciële ontwikkelingen. Economisch taalgebruik is tevens doorgedrongen in de vriendschappelijke liefde, wanneer we spreken over ‘investeren’ in vriendschappen. Het insinueert dat we bij voorbaat iets terug verwachten van de ander. ‘What’s in it for me?

 

"Als je er een moment bij stilstaat, besef je hoe ontzettend vreemd het is om iemand te haten vanwege diens liefde"

Zorgelijk is vooral dat ook de onbaatzuchtige liefde, of agape, maatschappelijk zeer onder druk staat. Dat heeft iets opmerkelijks, want in de basis zijn mensen vanaf hun geboorte uitermate kwetsbare wezens. Aanvankelijk kunnen ze niets zelf. Pas na vele jaren onvoorwaardelijke zorg en liefde te hebben ontvangen, ontstaat enige mate van autonomie, hoewel ook volwassenen altijd van elkaar afhankelijk blijven.

Toch wordt onbaatzuchtige liefde tegenwoordig zelfs gehaat, iets waar we nooit aan mogen wennen. De historicus Yuval Noah Harari merkte onlangs in gesprek met Adriaan van Dis op, dat als je er ook maar een moment bij stilstaat, je beseft hoe ontzettend vreemd het is om iemand te haten vanwege diens liefde. Hij had het over romantische (homoseksuele) liefde, maar hetzelfde geldt net zo goed voor naastenliefde. Iemand die zich inzet voor vluchtelingen krijgt online veel haat over zich heen. Waarom is compassie voor een ander in vredesnaam verdacht?

 

"Waarom zou je blijven deelnemen aan iets dat anderen pijn doet?"

Neem compassie voor mensen die door bepaalde benamingen, uitingen en gedragingen worden gekwetst, of het nu gaat over N-zoenen en chocoladebollen of een tenenkrommend sinofoob lied over Chinezen. De belangrijkste vraag is: Waarom zou je blijven deelnemen aan iets dat anderen pijn doet? Als anderen ergens duidelijk onder lijden, dan is de enige volwassen reactie hun gevoel serieus nemen. Op basis waarvan zou je zulk leed überhaupt weg kunnen wuiven? Als we het belangrijk vinden dat kinderen elkaar niet pesten en pijn doen, dan moet dat toch zeker ook voor onszelf gelden?

Die overwegingen gelden ook als het om haat jegens ecologisch liefdesverdriet gaat, verdriet dat ontstaat vanuit liefde voor de prachtige verscheidenheid aan leven op aarde, die ernstig in de verdrukking is geraakt. Iemands ecologische liefde haten grenst aan het absurde, helemaal als we de menselijke conditie vanuit een uitgezoomd perspectief beschouwen.

Vandaag is het precies dertig jaar geleden dat ruimtesonde Voyager een foto van de aarde maakte op maar liefst 6,4 miljard kilometer afstand. De aarde is daarop niets méér dan een minuscuul vlekje, een pixel, een Pale Blue Dot, zoals de foto heet. Alles wat we ooit hebben meegemaakt en zullen meemaken, praktisch alle voltooide en toekomstige geschiedenis, al het leven dat we kennen, het vindt allemaal plaats op die ene pixel in een onnoemlijk groot en donker heelal.

Blijven we dat stipje vullen met haat en onverschilligheid, of gaan we werken aan een kosmische pixel van liefde? Als die vraag op Valentijnsdag leidend wordt, is een dag van de liefde zo gek nog niet.

 


 

Stephan Huijboom


Stephan Huijboom

Filosoof en opiniemaker bij het Apostolisch Genootschap