Terug naar de jihad van liefde

Geplaatst op 5 november 2020

toa-heftiba-fbCxL_wEo5M-unsplash.jpg

Opnieuw schokken aanslagen van radicale aanhangers van de islam Europa. Een leraar in Nederland moet onderduiken door bedreigingen over een cartoon die al vijf jaar in de klas hangt. Ik denk aan al die eerdere aanslagen in Europa en op zoveel andere plaatsen in de wereld. Het kan niet en het mag niet. Vrijheid van meningsuiting kan inhouden dat je uit respect of beleefdheid besluit iets niet te zeggen, omdat je weet dat het een ander diep krenkt. Maar respect is nooit af te dwingen met bedreiging of moord. Geen mens mag een haar gekrenkt worden om wat hij of zij zegt.

Ik denk aan die ochtend in een moskee in Delft, na de aanslagen in november 2015 in Parijs. Vanuit het platform Delftse Bruggen hadden we gesprekken georganiseerd tussen burgers om de weg naar elkaar te blijven vinden. Na afloop van een van die gesprekken vertelde een vertegenwoordiger van de moskee over de jihad. Niet over de jihad die radicale islamieten als argument  gebruiken om andersdenkenden te doden. Hij sprak over ‘de grote jihad’: de strijd in jezelf om een goed mens te zijn. Dat is er dus ook, heel veel goedwillende mensen die vanuit de islam aan zichzelf werken en wat willen betekenen voor anderen. Net zoals ik vanuit mijn levensovertuiging. Dat doet niets af aan mijn mening over aanslagen en bedreigingen. Het zet er wel een ander beeld naast.

Ik moet denken aan Mohamed El Bachiri. Bij de aanslagen in Brussel in 2016 verloor hij zijn vrouw Loubna. Elke keer als ik hem hoor, raakt hij mij diep: “Loubna was een vrouw met een ongeëvenaarde schoonheid en een eindeloze goedheid. Haar blik, haar glimlach, haar aanwezigheid gaven mij het gevoel dat ik de knapste, de rijkste, de gelukkigste van alle mannen was. Vandaag is mijn verdriet onmetelijk en blijf ik alleen overeind dankzij en door de liefde. De liefde voor mijn vrouw, mijn kinderen, het leven en de mensheid. Die liefde heeft mij aangespoord om op een avond in een kerk in Molenbeek, waar christenen, moslims en anderen in een geest van broederlijkheid een maaltijd hadden gedeeld, op te roepen tot de jihad. Jawel, ik heb de jongeren opgeroepen tot de jihad. Maar niet om het even welke jihad. Dit is de jihad zonder haat, die last die het hart verzwaart. Het is de echtste, de edelste, de mooiste strijd voor een moslim die zich tegen de terreur verzet. Het is de jihad die mij aanspoort om naar de ander toe te gaan, de broeder die van mij verschilt, om hem toe te lachen, hem te begrijpen en empathie te tonen. Het is de jihad van de liefde, die de omhelzing zoekt om de vlammen van de wrok te doven en die zijn waarheid niet oplegt, want zoals de Koran zegt: ‘la ikraha fi dine, er is geen dwang in het geloof’.”

Ik hoor in gedachten Jacques Brel steeds hartstochtelijker zingen Quand on n'a que l'amour: ‘Wanneer men enkel liefde bezit / Om te praten tot het geschut / En enkel een lied / Om een trommelslager te overtuigen / Dan, zonder iets anders te bezitten / Dan de kracht lief te hebben / Zullen we, vrienden / De hele wereld in onze handen hebben.

Laten we vreedzaam en respectvol samenleven in onze steden en dorpen, waar een plek is voor ieder die de democratische rechtsstaat eerbiedigt. Laten we elkaar blijven opzoeken en de hand reiken. Omdat we mens zijn dankzij anderen en we met de kracht van de liefde de wereld dragen.


 

George 120.jpg

 

   George Gelauff

   Programmaleider maatschappelijke betrokkenheid
   Apostolisch Genootschap