Behoedzaam spreken en weloverwogen zwijgen is rijp voor herwaardering

Geplaatst op 7 augustus 2019

Vorig weekend heeft festival De Zwarte Cross na het ontstaan van ophef besloten een bord te verwijderen met daarop de tekst ‘Allah’s afbakbar’. De beslissing bracht een brede maatschappelijke discussie op gang over de vrijheid van meningsuiting, die op het spel zou staan.

Het is echter niet alsof religie (waaronder de islam) plots niet meer bekritiseerd kan worden, nu er een festivalbordje is verwijderd. Inhoudelijke religiekritiek staat in Nederland geenszins ter discussie.

Ooit stond de vrijheid om religie te bespotten werkelijk op het spel. Er waren wegbereiders als Gerard Reve nodig voor een verruimde vrijheid van meningsuiting in Nederland. Wat echter decennia geleden nog gezegd móést worden, opdat in de praktijk getoetst kon worden of bijtende en spottende meningsuitingen daadwerkelijk mochten, hóéft tegenwoordig niet meer gezegd te worden. Inmiddels is iedere religie (waaronder ook de islam) in Nederland uitvoerig publiekelijk bespot. Terughoudendheid past overigens ook voor uitspraken over lhbtqi-mensen. Vast staat dat velen te lijden hebben onder zogenaamd grappige termen als ‘pisnicht’. Wat is er mis met wat meer ontvankelijkheid voor de gevoelens van een ander?

De vrijheid van meningsuiting biedt in Nederland anno 2019 ruimte om van alles te zeggen, maar eveneens om dingen ongezegd te laten. Deze discussie gaat dan ook niet over ‘knabbelen’ aan (of ‘beknotting’ van) de vrije meningsuiting, maar over hoe we op een verantwoordelijke manier persoonlijk met die vrijheid omgaan. Het gaat niet om morrelen aan het principe van vrijheid (een uitingsverbod of uitingsdwang), maar om onze uitingsdrang, de gevoelde behoefte iets al dan niet te zeggen.

De drang om te spreken bestaat naast de drang iets níet te zeggen. Die laatste drang dringt voor bij de eerste, wanneer bijvoorbeeld de bewuste overweging wordt gemaakt een ander niet te kwetsen. Context beïnvloedt het maken van die afweging. Een festival dat iedereen welkom wil heten zal meer rekening met anderen moeten houden dan een blog dat er prat op gaat ‘nodeloos kwetsend’ te zijn.

Behoedzaam spreken en weloverwogen zwijgen zijn zonder twijfel rijp voor herwaardering. Ook het ongezegde mag er gewoon zijn. Sudden words must never be spoken, zingt Thom Yorke in het nummer Ill Wind. Noem het een wachter aan de poort van onze mond, een post voor de deur van onze lippen. In deze tijd van Trumpiaanse twittertirades blijken oeroude wijsheden hoogst actueel.

Een recht om niet (door grappen) gekwetst te worden bestaat niet, maar een verplichting om (met grappen) te kwetsen evenmin. De vraag is niet of harde grappen in Nederland mogen, want het antwoord daarop is bekend: Ja, dat mag gelukkig. De hamvraag blijft: Hoeft het? Voor de vrijheid van meningsuiting in ieder geval niet. Men kan prima besluiten iets niet te zeggen, terwijl het ongezegde nog steeds gezegd mag worden.

 


 

Stephan Huijboom


Stephan Huijboom

Filosoof en opiniemaker bij het Apostolisch Genootschap

 


Dit artikel verscheen ook in het Parool en in Dagblad van het Noorden.