Gedragscode

Deze ‘gedragscode’ biedt informatie over de aard en strekking van de functie van verzorger bij het Apostolisch Genootschap, de grenzen die aan het functioneren als verzorger worden gesteld en het gedrag dat daarbij verwacht wordt.

Sinds 1 december 2020 geldt er een nieuwe gedragscode voor geestelijk verzorgers en jeugdverzorgers. Deze vervangt de Handreiking voor geestelijk verzorgers en de Handreiking voor het werken met jeugd.

Hieronder leest u veelgestelde vragen over de nieuwe gedragscode, de nieuwe klachtenregeling en de vertrouwenspersoon.

Veelgestelde vragen over de gedragscode

Geldt de gedragscode ook voor de verzorgers van de kindereredienst?

Nee, dit omdat het een te wisselende groep is en de kindereredienst altijd met twee verzorgers moet plaatsvinden. Wel kun je plaatselijk afspreken overeenkomstig de gedragscode te werken.

Wordt een maatje van een jongere die deelneemt aan de Expeditie als begeleider van de Expeditie beschouwd?

Nee, formeel niet. Een maatje is slechts voor een korte periode aan een jongere verbonden. Daarom is daar niet voor gekozen. Wel kan de voorganger met een mogelijk maatje afspreken dat diegene zich houdt aan de gedragscode.

Staat er in de gedragscode ook iets over belangenverstrengeling?

Ja, er staat onder meer in dat:

  • je geen geschenken mag aannemen, hooguit een bloemetje. Dat voorkomt een mogelijke belangenverstrengeling;
  • je situaties moet vermijden die kunnen leiden tot een conflict van belangen. Als verzorger moet je zorgen vooreen onpartijdige en onafhankelijke uitoefening van de functie van verzorger. Dit kan bijvoorbeeld spelen in echtscheidingssituaties.
Staat er iets in de gedragscode over ‘vier-ogen-beleid’?

Ja. In onderdeel 3 sub a. staat dat een verzorger in beginsel niet alleen met een minderjarige in een afgescheiden ruimte mag verblijven. Je moet dus in principe altijd met minimaal twee verzorgers met kinderen in een afgescheiden ruimte zijn. Met vier ogen dus. Er staat ‘in principe’, omdat een jongste jeugdverzorger natuurlijk een peuter moet kunnen begeleiden naar een toilet. Maar ook dan geldt dat je dat op een transparante en (binnen redelijke grenzen) controleerbare wijze doet.

Waarom is ervoor gekozen niet alle verzorgers een VOG te laten aanvragen?

We willen vooral jeugdigen zo goed mogelijk beschermen. De Rijksoverheid heeft een regeling waarbij organisaties die met jeugdigen werken voor hun vrijwilligers een gratis VOG kunnen aanvragen. Dat is een VOG waarbij nagekeken is of iemand strafrechtelijke zaken heeft gehad die tot de conclusie moeten leiden dat men niet geschikt is om met jeugd te werken. We hebben ervoor gekozen naast de jeugdverzorgers wel de apostel, de landelijke voorgangers, de districtsvoorgangers en de plaatselijke voorgangers zo’n VOG voor het werken met jeugd te laten aanvragen, maar niet de andere geestelijk verzorgers. We moeten voor de gratis regeling namelijk kunnen aantonen dat er door de betreffenden ook daadwerkelijk met jeugd gewerkt wordt, en dat kun je van de andere geestelijk verzorgers niet zeggen.

Inderdaad zijn er ook andere kwetsbare groepen, zoals ouderen en mensen met een geestelijke beperking, maar dan moet er een ander soort VOG aangevraagd worden waarvoor wel betaald moet worden. Daar is nog niet voor gekozen, ook omdat het een zeer grote groep aandachtbezoekers en geestelijk verzorgers betreft die dan een VOG zouden moeten aanvragen. En de zeer kleine risico’s worden er waarschijnlijk nauwelijks kleiner door.

Als ik volgens de gedragscode een VOG voor het werken met jeugd moet aanvragen, hoe werkt dat dan?

Als je verzorger wordt en dat in het lidmatenadministratiesysteem wordt ingevoerd, krijg je automatisch een brief met een link waarmee je de gratis VOG voor het werken met jeugd kan aanvragen. Als je zo’n brief niet krijgt, neem dan contact op met het servicebureau van het Dienstencentrum (servicebureau@apgen.nl).

Wat moet je doen als er een verdenking is van huiselijk geweld of seksueel misbruik?

Dan moet er contact worden gezocht met de instanties die zich daarmee bezighouden, zoals de politie en Veilig Thuis. Het protocol daarvoor plaatsen we binnenkort op de website.

Waarom wordt de term ‘geestelijk verzorger’ nog gebruikt? Het veronderstelt een afhankelijkheidsrelatie en dat je een officiële opleiding tot geestelijk verzorger hebt gevolgd.

Verzorger duidt inderdaad op een afhankelijkheidsrelatie die we tegenwoordig niet meer zo voelen. Er is veel nagedacht over deze naamgeving. We hebben echter nog geen andere goede benaming kunnen vinden. Voordeel van de naam ‘geestelijk verzorger’ is dat dit een term is die in de samenleving en in de rechtspraak goed bekend is. En inderdaad, doordat er tegenwoordig hbo- en universitaire opleidingen tot geestelijk verzorger zijn, kan er verwarring ontstaan over de competenties van onze geestelijk verzorgers.

Veelgestelde vragen over de klachtenregeling

Kunt u iets vertellen over de samenstelling van de adviescommissie en de professionele achtergrond van de leden (o.a. artikel 1.2 Klachtenreglement)?


De adviescommissie bestaat uit:

  • Zuster Monique van Strien, studeerde pedagogische wetenschappen en is landelijk voorganger.
  • Zuster Melanie Keesmaat, studeerde pedagogische wetenschappen en was plaatselijk voorganger
  • Broeder Jacques Dijkgraaf, studeerde Nederlands recht en is advocaat.
  • Broeder Eric-Jan Willekers, studeerde Nederlands recht en werkte in verschillende functies in de rechtspraak.
Kunnen de regelingen in een wat eenvoudiger taalgebruik worden geschreven?

Wij zijn ons ervan bewust dat de regelingen juridisch jargon bevatten. Daar valt niet helemaal aan te ontkomen, omdat het juridisch gezien ‘nauw luistert’.  We proberen de regelingen in zo eenvoudig mogelijk taalgebruik toe te lichten.

Wat moet ik mij voorstellen bij geheimhouding bij behandeling van een klacht? Stel dat er iemand gecorrigeerd moet worden of geen verzorger meer mag zijn, dan komt dat toch uit?

De geheimhouding ziet erop toe dat de inhoud van de klacht en alle overige informatie niet openbaar gemaakt wordt zonder toestemming van de klager of de verzorger. Het resultaat van de klachtbehandeling kan uiteraard wel bekend worden, maar wordt niet actief gepubliceerd. In ieder geval zal er niet worden ‘gelekt’ door degenen die vanuit hun functie bij de klachtbehandeling betrokken zijn of door de apostel. Als de procedure leidt tot vrijstelling, dan wordt de reden daarvan niet bekendgemaakt. En als er toch iets meer over gezegd moet worden, dan kan dat alleen met toestemming van de directbetrokkenen.

Wat is het verschil tussen de adviescommissie en de toetsingscommissie?

Een klacht komt eerst bij de adviescommissie en de apostel binnen. De adviescommissie helpt de apostel met het beoordelen van de klacht. Als de apostel een besluit heeft genomen, kunnen de klager en/of de verzorger een verzoek indienen tot toetsing bij de onafhankelijke toetsingscommissie. Deze toetsingscommissie behandelt de klacht opnieuw en beoordeelt of de apostel zijn beslissing op juiste gronden heeft genomen.

Staat de klachtenprocedure ook open voor een niet-apostolisch vriendje of vriendinnetje dat bijvoorbeeld meegaat naar de kring?

Ja, als het gaat om minderjarigen maken we daarin geen onderscheid. De ouders of wettelijke vertegenwoordiger kunnen een klacht indienen.

Waarom besluit de apostel en niet het bestuur?

Omdat ook de aanwijzing en vrijstelling van geestelijk verzorgers en jeugdverzorgers door of namens de apostel plaatsvinden, overeenkomstig onze statuten. Dan is het logisch dat een klacht ook bij de apostel komt, en uiteraard bij de adviescommissie.

Als een klacht gegrond is en er ook consequenties voor de verzorger aan verbonden moeten worden, waaraan moet dan worden gedacht?

De te treffen maatregelen zijn afhankelijk van de ernst en aard van de schending van het vertrouwen. In een ernstig geval kan worden besloten dat de verzorger de functie niet langer kan uitoefenen.

Als de klacht over iets heel ernstigs gaat, kan het dan ook zijn dat de apostel ervoor kiest geen beslissing te nemen?

Op iedere klacht wordt uiteindelijk een beslissing genomen. Wel kan de behandeling van de klacht worden uitgesteld als het om een misdrijf gaat. In dat geval zal er – indien aangifte wordt gedaan – een strafrechtelijke vervolging (kunnen) plaatsvinden en een vonnis (kunnen) worden gewezen. Het slachtoffer zal dan een afschrift van het vonnis krijgen, dat hij kan inbrengen in de klachtenprocedure. Of wanneer de zaak tot een sepot of vrijspraak leidt, zal de verzorger dat kunnen doen. Als uit het vonnis blijkt dat de misdraging heeft plaatsgevonden, vindt er alleen nog besluitvorming plaats over de consequentie ervan voor de verzorger. Vermoedelijk heeft de verzorger zelf al de conclusie getrokken dat hij niet verder kan in zijn functie. In het geval van seponering of vrijspraak in de strafprocedure, zal de klacht ongegrond worden verklaard.

Mag een klacht ook door een ander worden ingediend?

Ja, de klager mag een ander machtigen om namens hem of haar een klaagschrift in te dienen. Dat kan ook uitkomst bieden als bijvoorbeeld de klager door een beperking daar zelf niet toe in staat is.

Je moet dus gemachtigd zijn om voor een ander een klacht in te dienen. En het is niet mogelijk om anoniem te klagen.

Veelgestelde vragen over de vertrouwenspersoon

Waarom is er maar één vertrouwenspersoon op het grote aantal leden binnen het Apostolisch Genootschap?

Uit de rapportages van de vertrouwenspersonen vanaf 2008 blijkt dat het om een relatief klein aantal meldingen per jaar gaat en dat dat voor één vertrouwenspersoon te behappen is. Toch wordt eraan gedacht om ook een externe vertrouwenspersoon aan te stellen. Bijvoorbeeld voor het geval de interne vertrouwenspersoon van mening is dat hij/zij onvoldoende professionele distantie tot een melding kan waarborgen of omdat een melder het lastig vindt om met een interne vertrouwenspersoon te spreken.

Kan de vertrouwenspersoon ook door de verzorger zelf benaderd worden?

Voorheen kon dat wel, bijvoorbeeld om in een concreet geval advies te krijgen. Er is nu voor gekozen om de vertrouwenspersoon er uitsluitend te laten zijn voor een melder. Dit om te voorkomen dat de vertrouwenspersoon in dezelfde situatie zowel de melder als de verzorger te moeten begeleiden. Voor de verzorger staat altijd de weg naar de voorganger, de districtsvoorganger of desnoods de apostel open. De districtsvoorganger en de apostel kunnen zich voor het beantwoorden van een vraag eventueel laten bijstaan door deskundigen.

Kun je het contact met de vertrouwenspersoon zien als voorportaal van de klachtenregeling?

Nee, de weg naar de vertrouwenspersoon en die van de klachtenregeling bestaan naast elkaar. Het kan natuurlijk wel zo zijn, dat de vraag of men een formele klacht zal indienen met de vertrouwenspersoon wordt besproken. De vertrouwenspersoon kan de melder informeren over wat de klachtenprocedure inhoudt. Daarna is het aan de betrokkene om al dan niet een klacht in te dienen.

De apostel wordt ook vaak gezien als een vertrouwenspersoon. Wat is er anders aan deze officiële vertrouwenspersoon?

Inderdaad heeft de apostel ook een vertrouwensplaats. En ook met hem kan alles besproken worden. De vertrouwenspersoon is er voor de situaties, dat iemand het gevoel heeft dat er iets mis is gegaan in de geestelijke of jeugdverzorging en er liever (eerst) in vertrouwen over wil spreken met iemand die zelf geen verzorger is. Natuurlijk kan degene die met de vertrouwenspersoon heeft gesproken concluderen dat het alsnog goed zou zijn om met de apostel of een andere geestelijk verzorger te spreken. Dat kan altijd.