Voor haar kinderen, haar gasten, haar vrienden en haar werk staat journalist Otje van der Lelij met liefde klaar. Maar soms vraagt ze zich af: waar blijf ik zelf? Een persoonlijke zoektocht naar de balans tussen geven en ontvangen.
Toen ik moeder werd, schoof ik ongemerkt een plaatsje op in mijn eigen leven. Daarvóór liet ik me grotendeels leiden door wat ík graag wilde. Daarna kwam er altijd eerst iemand anders: een kind dat verzorgd moest worden, getroost, opgehaald, aangemoedigd en grootgebracht. Liefde betekende opeens dat ik doorging als ik moe was. Dat ik opstond als ik liever bleef liggen. En dan had ik nog mijn andere verantwoordelijkheden: een huishouden, een baan. Ergens onderaan die lange lijst stond ikzelf.
Uitgeblust aan de keukentafel
Mijn dochters zijn inmiddels twaalf en veertien en een stuk zelfstandiger. Maar er zijn andere dingen voor in de plaats gekomen. Twee jaar geleden verhuisden we naar Drenthe, waar we een gastenverblijf begonnen. Daarnaast werk ik als journalist. Op sommige dagen voelt het alsof ik van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat voor anderen aan het werk ben. Voor mijn gezin, mijn gasten, mijn opdrachtgevers, mijn dieren. Dat doe ik met liefde en veel van die dingen geven mijn leven betekenis. Maar soms zit ik aan het einde van de dag uitgeblust aan de keukentafel en denk ik: als iedereen voortdurend iets van mij nodig heeft, waar blijf ik dan?
Veel vrouwen groeien op met het idee dat liefde betekent dat je beschikbaar bent voor anderen
Beschikbaar zijn
Cultuur speelt natuurlijk een rol, ontdek ik al snel tijdens mijn research. Meisjes krijgen van jongs af aan subtiele boodschappen mee over dat ze lief moeten zijn, zich moeten aanpassen en niet te veel ruimte mogen innemen. Veel vrouwen groeien daardoor op met het idee dat liefde betekent dat je beschikbaar bent voor anderen. Dat een goede moeder, partner, vriendin of dochter zichzelf niet op de eerste plaats zet. Die stemmetjes zitten ook in mij. Als ik tijdens een avond met vrienden het podium heb gepakt, is er na afloop altijd die knagende twijfel: was ik niet te aanwezig? Heb ik anderen wel ruimte gegeven?
Pleasen is een overlevingsstrategie
Maar er speelt soms ook iets anders. In het boek Are you mad at me? beschrijft psychotherapeut Meg Josephson een patroon dat ze de fawn-respons noemt: een overlevingsstrategie waarbij je je zo sterk richt op de behoeften en gevoelens van een ander, dat je die van jezelf uit het oog verliest. Mensen doen dit om de harmonie te bewaren. Ze helpen niet alleen uit vriendelijkheid, maar ook omdat ‘nee’ zeggen ongemakkelijker voelt dan ‘ja’ zeggen. Dit please-gedrag wordt beloond; pleasers worden gezien als warm, loyaal en zorgzaam. Op een vriendenweekend zijn zij degenen die onthouden wie vegetarisch eet en die aanbieden om de afwas te doen terwijl de rest nog natafelt. Maar ondertussen kunnen ze zichzelf gemakkelijk uit het oog verliezen.
Is er genoeg te eten?
Ik denk niet dat ik een klassieke pleaser ben; ik durf ook weleens tegen de stroom in te gaan. Maar ik scan wel voortdurend wat er nodig is: is er nog genoeg eten? Hebben onze gasten antwoord gekregen? En als ik iets vergeet, kan ik me schuldig voelen, alsof ik heb gefaald in mijn rol als moeder of gastvrouw. Volgens Josephson zit daar een belangrijk mechanisme achter. Mensen die sterk op anderen zijn afgestemd, gaan soms ongemerkt geloven dat hun eigen welzijn afhangt van het welzijn van de mensen om hen heen. Pas als iedereen tevreden is, kunnen zij ontspannen. Dat klinkt liefdevol, maar het heeft een keerzijde. Want als er altijd iemand is die iets nodig heeft – en dat is bijna altijd zo – komt er nooit een moment waarop jij aan de beurt bent.
Iets doen voor een ander maakt gelukkiger
Toch merkte ik dat het verhaal niet compleet is als ik alleen kijk naar wat zorgen me kost. Want hoe vaker ik mezelf afvroeg ‘waar ik bleef’, hoe vaker ik ook bij een andere vraag uitkwam: waarom blijf ik het eigenlijk doen? Het makkelijke antwoord is: omdat het moet. Omdat kinderen niet voor zichzelf kunnen zorgen. Omdat dieren gevoerd moeten worden. Omdat er nu eenmaal brood op de plank moet komen. Maar dat is niet het hele verhaal. Veel van wat ik doe, doe ik niet alleen uit plichtsbesef. Ik doe het ook omdat ik ervan houd. Psycholoog Claudia Hammond zegt daar zinnige dingen over in De kracht van vriendelijkheid. Volgens haar laat onderzoek keer op keer zien dat vriendelijkheid niet alleen goed is voor degene die ontvangt, maar ook voor degene die geeft. Mensen die iets voor een ander doen, voelen zich gelukkiger, meer verbonden met anderen en ervaren meer betekenis in hun leven. Voor elkaar zorgen is niet iets wat we óndanks onze natuur doen, maar juist iets wat diep bij onze natuur hoort.
Vriendelijkheid is gewoner dan we denken
Dat herken ik. Ik vind het fijn om een luisterend oor te kunnen zijn voor mijn dochters, voor mijn vrienden. Ik vind het fijn om gasten in de watten te leggen en te horen dat ze zich zo welkom voelen. Die dingen vragen iets van me, maar geven ook energie. Misschien is dat wel de paradox van zorgen voor anderen: het kan ons uitputten én voeden. Bovendien krijg je – als het goed is – ook hulp terug. Uit een onderzoek dat Hammond aanhaalt onder meer dan 60.000 mensen in 144 landen blijkt dat vriendelijkheid veel gewoner is dan we denken. Driekwart van de mensen ervaart regelmatig vriendelijkheid van vrienden of familie en meer dan de helft had diezelfde dag nog een vriendelijk gebaar ontvangen.
Er is altijd wel een klus die af moet of iemand die je hulp kan gebruiken

Heel saai: het draait om balans
Dat zette me aan het denken. Want als ik me uitgeput voel, zie ik vooral wat ik geef. De maaltijden die ik kook, de bedden die ik verschoon, de appjes die ik verstuur. Maar veel minder vaak zie ik wat ik ontvang. Een dochter die spontaan helpt. Een vriendin die vraagt hoe het met míj gaat. Een partner die een taak overneemt zonder dat ik erom vraag. Misschien zijn we soms zo druk met zorgen, dat we blind worden voor de zorg die ook onze kant op komt.
Ik denk dat het uiteindelijk – heel saai – draait om balans. Het gaat niet om de vraag of je moet kiezen voor jezelf of voor de ander. Het gaat niet om egoïsme versus zelfopoffering. Misschien zit de uitdaging ergens anders: zorgen voor anderen zonder jezelf uit het oog te verliezen. Geven zonder uitgeput te raken. En ontvangen zonder je daar schuldig over te voelen. Maar hoe doe je dat?
Echte zelfzorg is een voortdurend proces
Wat psychiater Pooja Lakshmin schrijft in haar boek Echte selfcare spreekt me aan. Ze maakt onderscheid tussen ‘valse’ en ‘echte’ selfcare (zelfzorg). Valse zelfzorg noemt zij een massage, een yogales, een wandeling in het bos. Daar is natuurlijk niets mis mee. Maar volgens Lakshmin begint echte zelfzorg ergens anders: bij de keuzes die je maakt, bij grenzen stellen omdat jij óók meetelt. Ze noemt het daarom geen zelfstandig naamwoord maar een werkwoord: een voortdurend proces van afwegen, kiezen en bijsturen. Daar moest ik even over nadenken. Maar het klopt: het moeilijkste stuk van zelfzorg zit in grenzen stellen. Zeggen dat je niet beschikbaar bent, ook al ligt er een berg vuile was. Ook al moet je iemand teleurstellen.
Misschien is dat wel de paradox van zorgen voor anderen: het kan ons uitputten én voeden
Schuldgevoel leren verdragen
Misschien is dat ook waarom zelfzorg voor veel mensen zo ingewikkeld is. We weten echt wel dat we opladen van een dag naar de sauna of een goed boek in de hangmat, maar we voelen ons schuldig als we ervoor kiezen. Er is altijd wel iets nuttigers dat je had kunnen doen. Er is altijd een klus die af moet. Altijd iemand die hulp kan gebruiken. Lakshmin schrijft dat echte selfcare niet betekent dat het schuldgevoel verdwijnt, maar dat je leert verdragen dat het er soms is. Dat je een avond vrij neemt terwijl je nog werk had kunnen doen. Dat je een keer ‘nee’ zegt. Dat je accepteert dat niet iedereen altijd tevreden zal zijn. Misschien is dat uiteindelijk wat zelfzorg is: een beetje spelen met je plek op de lijst en ervoor zorgen dat je niet standaard degene bent die onderaan staat.

Meer MENS?
MENS is het nieuwe magazine over leven in verbinding*. Het nodigt uit om stil te staan, te ontdekken en elkaar te ontmoeten.
Wil je daar ook zelf iets van ervaren? Ontdek activiteiten rond bezinning, muziek en levensvragen en laat je inspireren door wat er te doen is.
* Je ontvangt magazine MENS als je je aansluit bij het Apostolisch Genootschap.