Welkom

Wekelijkse inspiratie - 14 augustus 2026

Als ik als volwassene bij mijn ouders thuiskwam nadat het leven even anders was gelopen dan ik had gehoopt, stelden mijn vader en moeder bijna geen vragen. Mijn vader zette mijn fiets op z’n kop, want er was altijd wel ergens een piepje dat hij kon verhelpen. Mijn moeder nam aan dat ik trek had. Voor ik het wist lagen de gehaktballen van gisteren in de pan. Pas veel later begreep ik wat er eigenlijk gebeurde. Ik hoefde niets uit te leggen. Mijn vader repareerde mijn fiets. Mijn moeder warmde de gehaktballen op. Dat was hun manier om te zeggen: je bent welkom. We zijn er voor je. Altijd.

Welkom voelen

Mijn ouders zijn er niet meer. Toch ben ik het gevoel welkom te zijn nooit kwijtgeraakt. Hoe kan dat eigenlijk? Alsof zij mij iets hebben meegegeven dat groter is dan henzelf. Naast een warm thuis gaven ze mij ook een veilige basis mee. Het vertrouwen dat ik - hoe mijn leven ook loopt - nooit helemaal op mezelf ben aangewezen. Misschien is dat wel een van de diepste verlangens van een mens: je welkom voelen. Niet omdat je alles goed doet. Niet omdat je jezelf eerst moet bewijzen. Maar eenvoudigweg omdat je er mag zijn. Omdat je zo ontzettend mens bent. Gewoon genoeg mens.1

Een thuis

Geen wonder dat het verhaal van de verloren zoon ons al eeuwen blijft raken. Een jongste zoon vraagt zijn erfdeel op, vertrekt naar een ver land en raakt alles kwijt. Als hij berooid terugkeert, ziet zijn vader hem al van verre aankomen. Hij wacht niet af, maar rent hem tegemoet.2 De zoon kon terugkeren omdat er een thuis was om naar terug te keren. Omdat er iemand was die hem niet eerst ter verantwoording riep, maar hem met open armen ontving. Die onvoorwaardelijkheid - ik ben er voor je - is misschien wel een van de grootste geschenken die een mens kan ontvangen. Wie zich werkelijk welkom weet, kan ook een ander welkom heten. Wat ons is geschonken, kunnen wij doorgeven. Niet iedereen heeft zo'n thuis gekend. Zouden wij ook voor hen die plek van welkom kunnen zijn?

Plek van ontmoeting

Zo bezien willen we als gemeenschap veel meer zijn dan een gebouw of een organisatie. Een gemeenschap is bij uitstek een plek waar je mensen ontmoet die je zelf niet hebt uitgekozen. Mensen die anders denken, anders leven of een heel andere achtergrond hebben dan jij. Misschien zijn er ook mensen met wie je in het dagelijks leven niet zo snel een gesprek zou aanknopen. En misschien geldt dat andersom net zo goed. Toch vorm je samen een gemeenschap. Je trekt met elkaar op, deelt lief en leed, zoekt een weg en neemt samen beslissingen; ook als het schuurt. Juist daarin kan een gemeenschap een oefenplaats worden. Een plek waar we elkaar niet te snel opgeven. In het beste geval is zo’n gemeenschap een thuis. Niet een thuis dat mensen vasthoudt, maar een thuis waar je mag meedoen, kunt groeien, jezelf mag worden en de vrijheid hebt om je eigen weg te gaan, in het vertrouwen dat je altijd weer welkom bent.

Groter dan wijzelf

Iedere bijeenkomst mag een klein voorbeeld zijn van de wereld waarnaar we verlangen. Een plek waar we ons laten raken door wat groter is dan wijzelf. En waar steeds opnieuw de vraag klinkt: hoe kunnen wij, ieder op onze eigen manier, bijdragen aan een rechtvaardiger en liefdevollere wereld? Misschien begint wereldwijde verbondenheid wel helemaal niet bij de wereld.
Misschien begint zij aan de keukentafel, bij de geur van gehaktballen. Bij een mens die je laat voelen: jij bent welkom.


Nanda Ziere


Edwin de Wit

Districtsvoorganger Harderwijk

In samenspraak met Ineke Gerritse-Zwart (districtsvoorganger Eindhoven)

 

1 Gedicht "Precies Goed" van Babs Gons, uit de bundel Doe het toch maar (Atlas Contact, 2021)
2 Vrij naar passage uit Groter dan ik