Compassieprijs 2026

De Beweging van Barmhartigheid organiseert in samenwerking met het Apostolisch Genootschap dit jaar de uitreiking van de Compassieprijs.

Compassieprijs 2026

Wat is de Compassieprijs?

Jaarlijks reikt de Beweging van Barmhartigheid de Compassieprijs uit aan een persoon, initiatief of organisatie die in staat is om ‘harten te verwarmen, mensen te verbinden en welzijn te bevorderen’. De prijs bestaat sinds 2011 en heeft elk jaar een ander thema. Dit jaar staat de prijs in het teken van ‘De kleine goedheid’. Een thema dat juist in deze tijd van betekenis is. We zijn gewend te kijken naar grote vraagstukken en grote veranderingen. Maar misschien begint een menswaardige samenleving wel veel dichterbij: in de manier waarop mensen elkaar zien, aanspreken en tegemoet treden.

Rond het thema ‘De kleine goedheid’ is een essaywedstrijd uitgeschreven. Er zijn ruim 150 essays ingezonden. Op 20 november wordt de winnaar van de Compassieprijs 2026 bekendgemaakt en vindt de feestelijke prijsuitreiking plaats tijdens een mini-symposium over dit mooie thema.

Wil je erbij zijn?

Meld je dan aan via deze link →

Speciaal voor deze gelegenheid heeft schrijfster Rosita Steenbeek een kort essay geschreven over het thema. Je leest het hieronder.

Gouden mantels

Kleine goedheid is niet moeilijk maar kan veel betekenen voor een ander, en ook voor jezelf.

Bij de supermarkt in mijn buurt zat een jonge vrouw achter de kassa in een zeegroene jurk. De twee mensen voor me waren aan het telefoneren. Op haar vragen of ze een klantenkaart hadden of een plastic zak wilden, werd afwezig, zelfs licht geërgerd gereageerd. Alsof ze een ding was, bijna een zelfscankassa.

Toen het mijn beurt was, zei ik: ‘Wat heeft u een mooie jurk aan.’ Ze veranderde volledig. Een lach brak door op haar wat sombere gezicht. Sindsdien maken we altijd even een praatje.

Ook met de daklozen in mijn buurt heb ik een band gekregen en vol verbazing luister ik naar hun verhalen. Zacharias heeft zijn leven lang op schepen gewerkt en alle oceanen bevaren. Zijn moeder werd als klein meisje door een Duitse soldaat uit een trein naar een vernietigingskamp geduwd. Mohammed verloor bij agrarisch werk in Zuid-Italië een been. Toen mijn moeder steeds zwakker werd, baden ze allebei voor haar. Nu ze is overleden, vragen ze hoe het met mijn zussen en broer gaat.

Tijdens een fietstocht met een vriend reden we aan het begin van een warme zomeravond over een steil omhooglopende straat in een Italiaans bergdorp. Daar stond een oude man midden op de weg, een dienblad in zijn handen met daarop twee grote glazen koud water. Ik moet er nog vaak aan denken.

Kleine goedheid begint met zien wat een ander nodig heeft.

In Triëst, op de grens met Slovenië, ontmoette ik Lorena Fornasir, een psychotherapeute van in de zeventig, en haar man Gian Andrea Franchi, een voormalig filosofiedocent van in de tachtig. Ze konden niet langer aanzien hoe vluchtelingen na hun tocht langs de levensgevaarlijke Balkanroute uitgehongerd en met kapotte voeten aankwamen. Sindsdien komen ze elke dag aan het eind van de middag naar de Piazza della Libertà, die zij Piazza del Mondo noemen, het Plein van de Wereld.

Ik zag Lorena op een bank de gehavende voeten van jonge vluchtelingen schoonmaken, desinfecteren en verbinden. Anderen brachten schoenen, kleding en eten. Het werkt aanstekelijk, vertelde een vrouw die nu regelmatig stukken zelfgebakken taart komt ronddelen, gewikkeld in kleurige servetten.

‘Dit is het minste,’ zei Lorena toen ik haar zei hoe het me raakte hen daar zo bezig te zien. Een huis of verblijfsvergunning konden ze hun niet geven, wel de kans om na al het geweld en de angst even bij te komen, ‘beschermd door vriendelijke blikken.’

De volgende middag zag ik hen het park weer binnenwandelen met hun groene trekkarretjes vol medicijnen. Lorena ging op haar bank zitten en boog zich over de voeten van een jongen uit Syrië die die nacht was aangekomen en veel pijn had. Een magere jongen uit Jemen kreeg een maaltijd. Hij had een week niet gegeten. Even later verzorgde Lorena de gewonde voeten van een jonge Afghaanse vrouw die met haar zes maanden oude baby zojuist vanuit Kabul Italië had bereikt.

Die avond begon het hard te regenen. We zochten beschutting onder een grote kastanjeboom, anderen renden naar het station. Ali, een jonge Afghaan die na een maandenlange tocht Europa had bereikt, keek naar mijn natte haren.

‘Jij moet je ook beschermen,’ zei hij. ‘Je vat kou.’

Hij maakte zijn rugzak open en haalde er een pakketje gouden folie uit.

Ik herkende de thermische deken.

‘Maar jij dan?’

‘Ik heb er nog een paar.’

Hij vouwde de knisperende folie uit en drapeerde die over mijn hoofd en om mijn schouders. Daarna sloeg hij er zelf ook een om.

‘Ga maar gauw naar je hotel,’ zei hij.

‘Maar jullie?’

‘Maak je geen zorgen over ons.’

We zwaaiden naar elkaar in onze gouden mantels.


Rosita Steenbeek


Rosita Steenbeek

Auteur