“Ik wil gewoon zichtbaar mezelf kunnen zijn”
Judith over Pride, inclusie en je thuis voelen

Voor Judith is haar betrokkenheid bij de Pride in Utrecht niet zomaar een activiteit waar ze aan meehelpt. Het raakt aan iets dat al sinds haar jeugd een rol speelt: de vraag of je ergens helemaal jezelf kunt zijn.
Judith (51) groeide op binnen het Apostolisch Genootschap. Rond haar dertigste schreef ze zich bewust uit. Het leven dat ze toen leidde paste niet meer bij hoe zij haar plek binnen de gemeenschap ervoer. “Ik had het gevoel dat ik niet de bijdrage kon leveren die ik wilde leveren.”
Jaren later, na haar scheiding, werd ze opnieuw nieuwsgierig. Ze stapte weer eens een dienst binnen en merkte tot haar verrassing dat het meteen weer vertrouwd voelde.
Sindsdien is ze op haar eigen manier weer betrokken. Ze zingt mee in het koor en springt in als organist of pianist wanneer dat nodig is. Maar het grote ‘moeten’ van vroeger heeft ze losgelaten. “Ik wil dingen doen omdat ze echt bij me passen.”
Zichtbaarheid doet ertoe
Toen het Apostolisch Genootschap dit jaar weer mee mocht varen met de Pride in Utrecht, meldde Judith zich direct aan om mee te helpen met de organisatie.

Waarom juist de Pride? “Omdat ik zelf deel uitmaak van de LHBTQI+ gemeenschap en het belangrijk vind dat we als Apostolisch Genootschap zichtbaar maken dat wij vinden dat iedereen gelijk is.”
Voor haar is Pride niet alleen een feest, maar ook een moment waarop zichtbaar wordt dat acceptatie niet vanzelfsprekend is. “Ik zie helaas steeds meer de noodzaak van protest én van zichtbaarheid.”
Trots
Judith vertelt hoe belangrijk een aantal ontwikkelingen binnen het Apostolisch Genootschap voor haar zijn geweest. In haar puberteit werd het mogelijk dat mannen en vrouwen niet langer gescheiden zaten in de dienst, vrouwen geestelijk verzorger konden worden en relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht binnen de gemeenschap erkend werden.
Eén herinnering is haar specifiek bijgebleven. Tijdens een landelijke jeugdbijeenkomst in 1995 vertelde zij samen met een andere deelnemer over een projectgroep voor homoseksuele jongeren. Daarna sprak de toenmalige Apostel de zaal toe. “Hij zei eigenlijk: dit zijn net zo goed mijn jongeren als de rest van deze zaal.”
Juist daarom raakt het haar nog steeds wanneer ze verhalen hoort van mensen die binnen andere geloofsgemeenschappen vooral te horen kregen dat ze niet mochten zijn wie ze zijn. “Dan ben ik trots dat ik een ander verhaal kan vertellen.”
Geen activist, wel zichtbaar
Judith noemt zichzelf geen activist. Ze loopt mee in een Pride Walk, maar niet met een protestbord. “Dat past gewoon niet bij mij.” Haar manier van zichtbaar zijn is eenvoudiger. “Ik wil gewoon door wie ik ben laten zien: ik ben ook maar gewoon een mens. Toevallig heb ik een relatie met een vrouw.”
Dat is ook de reden waarom ze meehielp aan de Pride-boot. Niet om een statement te schreeuwen, maar om zichtbaar aanwezig te zijn als zichzelf én als onderdeel van een inclusieve gemeenschap. “Ik vind het fantastisch dat we dat als Apostolisch Genootschap zo openlijk doen.”
Verbinding die blijft hangen
Wat haar misschien nog wel het meest verraste tijdens de voorbereiding van de Pride, waren de ontmoetingen die eruit voortkwamen. Met sommige mensen had ze al een lijntje via koren of eerdere activiteiten, met anderen ontstond het contact juist door dit project. “Op de boot hebben we de meest fantastische gesprekken gehad.” Die verbinding is voor haar minstens zo waardevol als het evenement zelf.
Een wens voor de toekomst
Judith hoopt dat de zichtbaarheid van het Apostolisch Genootschap rond Pride niet beperkt blijft tot één boot in Utrecht. Ze zou het mooi vinden als er in elk district mensen zijn die het thema Inclusie levend houden en verbinding zoeken met lokale Pride-activiteiten, vieringen en ontmoetingen. Niet vanuit plicht, maar vanuit betrokkenheid.
“Ik wil niet anderen oproepen om activistisch te worden. Ik hoop vooral dat meer mensen merken dat je hier jezelf kunt zijn.”