“Ik kan er niks aan doen, ik zie overal verhalen”
Sieger over de verhalen achter Villa Berg en Dal

Wie met Sieger Looijenga door Villa Berg en Dal in Baarn loopt, gaat zeker anders naar het gebouw kijken. Een deur is niet zomaar een deur, een schilderij niet zomaar een schilderij en zelfs een oude radiator kan aanleiding zijn voor een nieuw verhaal. Sieger werkt sinds 2014 als vrijwilliger voor het Historisch Archief van het Apostolisch Genootschap en geeft rondleidingen in Villa Berg en Dal. Geschiedenis is zijn grote passie. Niet zozeer de jaartallen en de feiten, maar juist de mensen en verhalen erachter.
Toen hij het verzoek kreeg om rondleidingen te gaan verzorgen in Villa Berg en Dal, moest hij natuurlijk wel weten waar hij het over had. Dus ging Sieger op onderzoek uit. Dat onderzoek resulteerde in een lijvige bibliotheek van meer dan 2000 pagina’s over “dit pandje”, zoals hij Villa Berg en Dal consequent liefdevol noemt.

Dat klinkt als het begin van een heel lange rondleiding, maar dat valt mee. Tijdens een rondleiding hoeft een bezoeker natuurlijk niet alles te weten. Maar als iemand nét die ene onverwachte vraag stelt, wil hij wel het antwoord kunnen geven. En weet hij het niet, dan gaat hij weer op onderzoek uit.
Sieger zoekt, vergelijkt en legt verbanden. Een foto roept de vraag op of er misschien ook een film van is. Een schilderij leidt naar een naam. Een naam brengt hem bij een familie. En voor hij het weet, is er weer een nieuw verhaal geboren.
Een plek vol verhalen
Berg en Dal is voor Sieger dan ook veel meer dan een mooi oud pand. Het landhuis werd in 1890 neergezet en heeft sindsdien heel wat bewoners en bestemmingen gekend. De familie Luden bouwde het landhuis als buitenhuis. Saillant detail daarbij is dat de architecten die het landhuis hebben ontworpen ook de ontwerpers zijn van Koninklijk theater Carré. In 1916 verbouwde de familie Veth het ingrijpend en verkochten in 1949 grote stukken van de 3 hectare heidegrond. Na de oorlog werden er zelfs vier appartementen in het pand gemaakt, maar deze zijn nooit bewoond geweest.
In 1954 kwam Berg en Dal in handen van het Apostolisch Genootschap. Het gebouw was toen behoorlijk veranderd en verkeerde niet meer in de oorspronkelijke staat. In de jaren daarna werd veel moeite gedaan om het pand weer terug te brengen naar zijn oorspronkelijke vorm. Ook de tuin en het hekwerk werden zorgvuldig hersteld. Sinds 1999 is Berg en Dal een rijksmonument.
Voor Sieger is juist die geschiedenis van het gebouw en zijn bewoners fascinerend. Niet alleen omdat het oud is, maar omdat je die geschiedenis op de meest onverwachte plekken kunt terugvinden.
Op de vraag of hij alle geheimen achter het pand inmiddels heeft ontrafeld, antwoordt hij dat hij nog steeds nieuwe dingen ontdekt. “Er blijven altijd witte vlekken, dingen die je nog niet weet en verbanden die gelegd kunnen worden.”
Neem de verwarming. Toen Sieger recent de oorspronkelijke bouwtekeningen uit 1888 in handen kreeg, zag hij in een klein hokje bij het oude stookhok een Frans woord staan. Even zoeken op zijn telefoon en ineens viel er een stukje van de puzzel op zijn plek: Berg en Dal had al rond 1890 centrale verwarming! Die was bedoeld voor de benedenverdieping én voor de badkamer van de vrouw des huizes.
Een van de laatste nieuwe aanwinsten die te vinden is op Berg en Dal is een oude beschilderde kast. Opgedoken door een collega in een kringloopwinkel. Op het eerste gezicht gewoon een oude kast, beschilderd met verschillende landgoederen uit de omgeving, waaronder Villa Berg en Dal. Maar Sieger ging op onderzoek uit. Wie had die kast beschilderd? En waarom stonden juist deze gebouwen erop? Zo kwam hij erachter dat de kast beschilderd is door de tweede zoon van de familie Veth, die een fervent amateur kunstschilder was.
“Daar kom je alleen maar achter als je alle achtergrondverhalen kent.”
Voor iedereen een ander verhaal
Wie met Sieger door Berg en Dal loopt, krijgt zeker niet altijd dezelfde rondleiding. Dat kan ook niet, vindt hij.
Kinderen luisteren anders dan volwassenen. Mensen die het Apostolisch Genootschap goed kennen, stellen andere vragen dan bezoekers die voor het eerst binnenkomen. En soms komt iemand binnen die al jaren langs het pand fietst en eindelijk eens wil weten wat er achter die deuren zit. En heel soms is er een bezoeker die informatie heeft die zelfs Sieger nog niet kende.
‘Ik blijf dit nog wel even doen’
Een archief is voor Sieger geen verzameling dozen met oude documenten, boeken en foto’s. Het gaat pas leven als je erin duikt, verbanden legt en alle prachtige verhalen erachter vindt en vertelt.
Hoe lang hij ermee doorgaat? Daar hoeft hij niet lang over na te denken. “Nou, ik zeg wel eens gekscherend: tot 2030. Zolang er nog verhalen te ontdekken en vertellen zijn, ben ik nog lang niet klaar.”
Wie Berg en Dal op 12 september tijdens de Open Monumentendagen bezoekt, kan het gebouw en de tuin bekijken door de ogen van Sieger en de andere rondleiders. Achter elke deur, elk schilderij of oude radiator schuilt een wereld van verhalen, die door hen met veel plezier worden verteld.